vrijdag, oktober 03, 2014

Over succesvolle innovatieve kneuterigheid op microniveau


Nederlanders houden van kneuterigheid. Dat is algemeen bekend en helemaal niet erg, het past bij de aard van de Nederlander, voor zover wij Nederlanders een onderscheiden aard hebben. Kneuterigheid kan beste leuk of mooi zijn. Nederlandse kneuterigheid is ook aan innovatie onderhevig, met name op microniveau. Afgelopen zomer ben ik Nederland niet echt uit geweest en heb ik genoten van de enorme toegenomen infrastructuur van fietsknooppunten in ons land. Die fietsknooppunten zijn een gouden vondst van de ANWB. De routes verbinden slim de mooiste plekjes in Nederland en dankzij de goed herkenbare nummering van de knooppunten kan iedereen zonder ook het minste geografische gevoel de weg vinden door simpelweg de nummers op een briefje te schrijven en blind de nummers in de juiste volgorde af te fietsen.

Ik ben ervan overtuigd dat het succes van de elektrische fiets grotendeels te danken is aan het fietsknooppuntennetwerk. Tienduizenden vijftigplussers zoeven 365 dagen per jaar per elektrische fiets langs de uitgezette paden en klonteren vervolgens samen bij de knooppunten. Hier is sprake van bijzonder succesvolle innovatie. En in mijn ogen is de meest succesvolle innovatie die innovatie, die zo dicht mogelijk op de bestaande gebruikservaring van de mens wordt georganiseerd. Een moeilijke zin maar u begrijpt vast wel wat ik bedoel. De eenvoudige logistiek van de paden neemt een veel voorkomend navigatieprobleem weg. De elektrische fiets neemt het probleem van de straffe Nederlandse tegenwinden weg. 1 + 1 = 3! Over mijn groeiende irritatie met deze elektrische colonnes gaan we het vandaag niet hebben.

Aan de nieuwe fietsroutes zijn talrijke zgn. 'Rustpunten' te vinden. Die rustpunten kun je terug vinden op www.rustpunt.nu. Rustpunten zijn de Ubers en Airbnb's van de Nederlandse horeca. Particulieren die aan een fietsroute wonen, zetten stoeltjes en tafeltjes in hun voortuin, een schuurtje met een koffie-apparaat, waterkoker en tarievenlijstje en natuurlijk een rustieke koektrommel met kaakjes en een trommeltje met gleuf voor de inkomsten. Alles zelfbediening. Het is gezellige micro-innovatie op z'n kneuterigst en het is bijzonder succesvol. Succesvol omdat het zeer direct op de gebruikservaring van de Nederlander is georganiseerd en appelleert aan positieve Nederlandse belevingswaarden als gezelligheid, oorspronkelijkheid, authenticiteit, doe maar gewoon, tuinkabouters etc. En natuurlijk heeft het 'Rustpunt' een eigen landelijk merkbeeld! Ook oerhollands is de VOC-mentaliteit van sommige rustpunthouders die het niet kunnen laten om op hun rustpunt allerlei commerciële activiteiten te ontplooien. Rustpunten zijn niet zomaar gezellig. Rustpunten zijn 'oergezellig'. En 'Oer', daar zijn we immers allemaal naar op zoek.

Nog zo'n voorbeeld van kneuterige kabouterinnovatie is de Minibieb. Minibiebs zijn een soort van vogelhuisjes met boeken. Iedere particulier kan zo'n huisje zelf maken of prefab bestellen, ophangen aan het tuinhek en er een collectie in plaatsen. Gebruikers van de minibieb hoeven geen lid te worden maar worden wel geacht voor ieder geleend boek een boek terug te plaatsen. Het is de outdoorvariant van Bookcrossing en het heeft ook een eigen merkbeeld natuurlijk. Het is een geweldig voorbeeld van innovatie op microniveau. Vandaag las ik in het blaadje van 'Fonds 1818', een maatschappelijk fonds uit de Haaglanden, dat Minibiebs ook gemaakt worden door een sociale werkvoorziening. Daarmee is de cirkel rond. Minibiebs zijn niet alleen klein, micro-innovatief, kneuterig en gezellig, ze zijn ook aaibaar. Ik ruik een kans voor de openbare bibliotheken. Maar ik heb er nog geen woorden voor.



vrijdag, september 12, 2014

Alles is anders


Zo daar ben ik weer! Ik ben inmiddels per 1 september verkast naar Katwijk. Als het ware de landelijke stroop verruild voor het lokale zand en de klei. Zo'n verkassing gaat met allerlei aangename afscheids- en welkomstrituelen gepaard. Zo ben ik door RvT en medewerkers van Bibliotheek Katwijk allerhartelijkst ontvangen, dat vond ik hartverwarmend! Ik heb dan ook bijzonder veel zin om leiding te geven aan deze bibliotheek in een bijzonder charmante gemeente waar alles anders schijnt te zijn.

Ik kreeg ook een welkomstbrief van de VOB. VOB-directeur Ap de Vries verwelkomde mij als nieuw lid van de VOB. Er werd mij veel succes gewenst. Ap vond het verder bijzonder moedig dat ik juist in deze tijd verantwoordelijkheid durfde te nemen. Dat is dan weer even schrikken, het is blijkbaar heel erg gesteld met de bibliotheeksector.
Hoe erg het allemaal is gaan we zien. Aan het enthousiasme van de medewerkers hier zal het in ieder geval niet liggen. Dat zit wel snor.

Als je het succes van de bieb afmeet aan de oude indicatoren loopt het natuurlijk wel wat terug allemaal. Maar de Katwijkse bibliotheek heeft het pakket producten en diensten vernieuwd en heeft de tering naar de nering gezet. Je gaat het succes van Albert Heijn immers ook niet afmeten aan de hand van de verkoop van de pakken havermout. Net zoals de zeespiegel stijgt en hier Gemeente Katwijk de waterkering alvast heeft versterkt en verhoogd en gelijktijdig daarmee o.a. 800 ondergrondse parkeerplaatsen heeft gerealiseerd. Alles wordt namelijk onafwendbaar anders en je dient daarom mee te veranderen en als je dat slim doet dan levert dat voor iedereen meerwaarde op. Het is immers een beetje dom om te wachten tot het water aan de lippen staat zogezegd. Zo simpel is dat.

De toekomst van de bibliotheek laat zich echter wat lastiger voorspellen dan de stijging van de zeespiegel. De vraag is hoe de bibliotheek interessant kan blijven nu de burger dankzij Netflix en andere nieuwe kijkdiensten steeds meer uren kostbare vrije tijd besteedt aan serielurken of kijken naar vage voetbalwedstrijden en tablet en laptop inmiddels ook onafwendbaar oprukken op de camping.
Hoewel ik nog geen directe antwoorden heb op deze complexe vraagstelling ben ik er toch eigenlijk niet zo pessimistisch over. Kortom ik houd jullie hier op de hoogte van mijn bevindingen.
We spreken en lezen elkaar!

foto: "Last House on Holland Island" door Baldeaglebluff

donderdag, februari 20, 2014

Lezen op een iPad Mini Retina


Hoe gewoon is het lezen op een ereader nou eigenlijk? Er schijnen ruim een miljoen ereaders te zijn verkocht in Nederland en ongeveer vier miljoen tablets. Kortom vijf miljoen electronische devices waarop je ebooks zou kunnen lezen als ik smartphones even buiten beschouwing laat.  Die aantallen zie je niet terug in de trein. Toch dé plaats bij uitstek waar je van de voordelen van het electronische lezen kunt genieten en waar ik toch zo'n uurtje per dag weglees. Nee in de trein wordt massaal op mobieltjes getuurd en is de gratis krant nog steeds het meest gebruikte leesding. Neemt niet weg dat er in iedere coupé wel een paar tablet-tuurders zitten en een enkele ereader. En soms een lezer met een papieren boek. Lezen van boeken blijft in ieder formaat toch een geconcentreerd klusje. En concentratie wordt een schaars goed.

Dat even vooraf. Ik ben zelf al een paar jaar definitief over op de ereader. Eerst de Kindle Keyboard. En toen de Kindle Paperwhite. Beide fijne devices die ik nog steeds intensief gebruik. Ervaringen daarmee kunt u o.a. hier en hier teruglezen in oudere posts. Devices die alleen geschikt zijn om gedownloade ebooks te lezen. Niet geschikt voor het streaming lezen wat de bibliotheek propageert. Streaming lezen kan wel op een iPad maar lezen op de iPad is me nooit gelukt. Het scherm is te groot en de letters zijn te pixelig en het is niet fijn om lang achter elkaar in zo'n grote lichtbak te turen.
Maar sinds kort heb ik een iPad Mini in gebruik. Niet de gewone maar die met het Retina-scherm. En dat apparaat zou wel weer eens een 'gamechanger' kunnen worden voor het e-lezen. Dat Retina scherm is een heel fijn en genuanceerd scherm dat niet zozeer opvalt door spektakel maar vooral door het afwezig zijn van storende elementen.

Ik heb afgelopen week met veel plezier op de Mini Retina gelezen. Zowel met behulp van de Bibliotheek app als met de Kindle app. De Kindle app is sowieso heel fijn. Lettergrootte, bladspiegel en helderheid zijn eenvoudig aanpasbaar en er zijn nog wat toegevoegde functies waar ik het nu niet over ga hebben. De leeservaring is bijna zo goed als die van de ereader. Het meest opvallende nadeel is het spiegelende scherm van de iPad waardoor je altijd even moet zoeken naar de juiste leeshoek. Synchronisatie verloopt via de Kindle Cloud met Whispersync. Dus op een ander device pak je het lezen gewoon weer op bij waar je gebleven bent. In principe werkt dat ook zo met de Bibliotheek app. Die laatste app biedt op dit moment nog wat minder mogelijkheden dan de Kindle app. Maar geleende ebooks op de Bibliotheek app kunnen ook offline gelezen worden en het lezen zelf gaat behoorlijk plezierig. Een paar dingetjes mis ik nog wel bij de Bieb app. Bijvoorbeeld de instelbare bladspiegel. De standaard marge vind ik te klein waardoor zinnen te lang worden. Verder zou ik heel graag toegang kunnen hebben tot de gehele beschikbare collectie via de app.

Conclusie: streaming lezen op een iPad Mini Retina is plezierig. Het is bijna zo plezierig als lezen op een ereader en het heeft mijn mening over streaming lezen drastisch positief bijgesteld. Ik kan me voorstellen dat met de komst van deze hoogwaardige tablet de ontwikkeling van e-inkt ereaders wel tot een einde gaat komen. Of ik definitief over ga naar het tablet lezen betwijfel ik, de Kindles zijn me daarvoor nog te dierbaar. Maar wie weet ga ik toch om.

Positief:
- Haarscherp helder beeld zonder zichtbare pixels. Supersnelle performance. Handzaam en licht. Gewoon een mooi ding. Verder alle voordelen van IOS 7.

Minder:
- Batterijduur maximaal 10 uur. Dat is wel even anders dan de 4 tot 8 weken van m'n Kindle Keyboard en Paperwhite. Scherm spiegelt nogal. Hoge aanschafprijs van minimaal € 389,-. Een Kindle of andere goede ereader koop je voor een bedrag tussen de € 75 en € 150. Maar met de Mini Retina kun je natuurlijk heel veel andere leuke dingen doen waar ik het in dit berichtje niet over ga hebben. Verder kan ik eigenlijk geen minpunten bedenken.

Foto: Jan Klerk

maandag, november 25, 2013

Diederik van Leeuwen over de Kracht van Verbinden #cultuurinbeeld


Diederik start z'n betoog in een lekker vol zaaltje. Het publiek in de zaal is deels uit bibliotheken, beleidsmakers, een enkele kunstenaar en een wetenschapper. Diederik vertelt z'n verhaal met drie verschillende petten op. Ten eerste waar gaat cultureel ondernemerschap nou precies over? Kan gaan over kunst produceren, een sluitende begroting realiseren etc. De kunstzinnige waarde is dan even belangrijk als het streven naar winstmaximalisatie. Nu niet zo eenvoudig om geld uit de markt op te halen. Cultureel ondernemerschap vindt vanwege terugtrekkende overheid steeds meer plaats in het gat tussen markt en civil society. Vervolgens over de collectiviteit van bibliotheken. Over het gemeenschappelijk merkbeeld. Met elkaar zijn bibliotheken de grootste culturele instelling van Europa. Over de 500 miljoen budget (uit gemeentelijke budgetten) van de gezamenlijke bibiotheken en de 20 miljoen innovatiebudget van het rijk. Daarvan is 6 miljoen nu bedoeld voor gezamenlijk inkoop van content etc. Over de uitdagingen: bezuinigingen, ontlezing en digitalisering. Over SoLoMo. Social, Local, Mobile. Bibliotheken kunnen hier een usp uit halen omdat ze die drie aspecten binnen de bibliotheek kunnen verenigen. Over de aanleg van de digitale infrastructuur van BNL en de verschillende onderdelen daarvan. Over de kracht van collectief ontwikkelde functionaliteit zoals de Vakantiebieb. Vervolgens over het Centrum voor Beeldende Kunst in Assen. Slechts 4000 werken. Gaat steeds meer een adviesfunctie voor kunst in de openbare ruimte vervullen richting gemeente fungeren. CBK is gevestigd in De Nieuwe Kolk, het kunsthuis in Assen. Kunstuitleen gaat waarschijnlijk afgestoten worden. Samenwerking en herpositionering is nodig omdat de gemeentelijke subsidie sterk teruggedraaid is. Uitdagingen: besparen aan de achterkant, meer samenwerken, positionering, gemeente versus provincie. Verder over het project Infoversum. Een hypermodern theater met 3D-projectiefaciliteiten dat met veel cultureel ondernemerschap en professioneel bedrijfsmatig met veel aandacht voor marketing en pr van de grond is getild. Ook in dit laatste verhaal is verbinding de sleutelfactor. Zie dus ook m'n verhaal over Cobra.
Tot slot nog een verhaal over de Globe4D en de eLibrary die je fysiek kunt aanraken in de stand van Bibliotheek.nl. Dit om te laten zien hoe je verbinding tussen digitaal en fysiek kunt maken. Leuk verhaal precies binnen 30 minuten geklokt.

Cobra Global met Cobra Museum #cultuurinbeeld

Verder met een verhaal van het Cobra Museum. Dat start natuurlijk met een uitleg van wat Cobra precies is en wat deze beweging heeft betekend voor de kunst. Uiteindelijk het Cobramuseum in Amstelveen dat nu 17 jaar bestaat en zo'n 60.000 bezoekers trekt en zo'n 60% eigen inkomsten heeft. Over de programmalijnen van het museum en de blockbuster tentoonstellingen. Het museum zoekt nadrukkelijk internationale samenwerking. Dit o.a. vanwege het feit dat het museum noch een rijks- noch een gemeentemuseum is. Sponsoring is bijzonder belangrijk. En nieuwe sponsoringbronnen zijn nog belangrijker. Cobramuseum wil het nationaal Cobra-erfgoed nadrukkelijker internationaal presenteren d.m.v. tentoonstellingen in internationale musea zoals het Sabancini Museum in Istanbul. Dat betekent dat je Cobra moet kunnen uitleggen in Turkije: "Cobra is een innovatieve internationale avant-garde beweging". Dan is de kunst van storytelling heel belangrijk. Hoe doe je dat en waar begin je? Begonnen met een plug-and-play Cobra tentoonstelling die je gemakkelijk en snel kunt inrichten.  Hoe vertel je dit verhaal in de Golf-regio, in Azië en Zuid Amerika? Inleven in de cultuur van het andere land en museum. Hoe zit het met de wederzijdse historische tijdlijnen? Wat zijn hun kernwaarden? Hoe kijkt men daar tegen kunst aan? Plug-and-play blijkt dan niet te werken. Het verhaal moet steeds opnieuw en op een andere manier verteld worden.
Hoe doe je dat bijv. in Saoedi Arabië. Vooronderzoek op internet is belangrijk. Waar liggen de kansen voor tentoonstellingen? Daar waar een traditie voor moderne kunst aanwezig is. Cobra is aanwezig bij Art Dubai dit jaar. Daar zijn 35 verschillende afspraken voor gemaakt met musea, bedrijven, diplomaten, art patrons en ruling families. Dankzij ondersteunend advies door de ambassade. Met de ambassadeur kun je overal binnenkomen! Verder creativiteit heel belangrijk. Het museum is heel inventief in het op verschillende manieren vertellen van het Cobra verhaal. De sleutel is verbinding: met lokale kunstgemeenschap, met de mensen met de instellingen en instituten. Tot slot nog een verhaal over het King Abdulaziz Centre for World Culture in Dhahran. Een verbijsterend duur en ambitieus gebouw dat met veel oliegeld is gebouw om iets van de olierijkdom in de vorm van kunst, kennis en cultuur terug te geven aan de samenleving. Cobra mag daar een programma rond kunsteducatie gaan doen. Interessant en overtuigend verhaal!

Conferentie Cultuur in Beeld 2013: Het Onderbroekgevoel #cultuurinbeeld


Vandaag zijn we in Le Fabrique, een verzameling zalen in een oude fabriek bij Utrecht bij de conferentie Cultuur in Beeld. Ik ben dol op dit soort locaties, vervallen resten van industriële inspanning inspireren mij wel. De conferentie Cultuur in Beeld is georganiseerd door OCW. Er zijn hier zo enorm veel bezoekers dat er voor gekozen is om een decentrale opening te organiseren in verschillende zalen. De opening gaat over de tegenstelling 'autonome kunst' versus 'instrumentaliteit van cultuur'. Die is eigenlijk zo abstract dat er een tamelijk verwarrende discussie uit ontstaat. Dus daar laat ik het maar even bij. We gaan door in 'De Pletterij' met een plezierig onderwerp om mee te beginnen: 'ontwikkelingen in kunst en cultuur'. En wat betreft de randvoorwaarden voor een blogger: Le Fabrique is een hele coole locatie maar de wifi-ontvangst is hier bijna 0 en er zijn vrijwel geen stopcontacten. Wanneer wordt er eens iets geleerd op dat onderdeel!
De nieuwe cultuurnota, Cultuur in Beeld, staat centraal, die heb ik nog niet gelezen waarmee ik een minderheid ben in de zaal. Het woord is aan Marianne Hammersma.

Hammersma spreekt uit dat het enorm belangrijk is dat de nota in gezamenlijkheid met de cultuursector en het publiek tot stand moet komen. Samenwerking is het toverwoord. Het ministerie heeft een gegevensbank waarin data van alle culturele instellingen in de gesubsidiëerde hoek worden opgeslagen.
Volgens Hammersma behoort Nederland nog steeds tot de kopgroep op het gebied van cultuurparticipatie. Nederlanders lezen ook nog steeds heel veel in relatie tot andere landen. Het waarom van de nota: meer evidenced based cultuurbeleid doen. Een paar gegevens uit de nieuwe nota: Het gaat goed met bioscoopbezoek, popmuziek, theaters en musea. Daar is een stijgende lijn te zien. Bij klassieke muziek, opera en ballet is er echter een dalende tendens te zien. Ongeveer 40% van de Nederlanders doet aan actieve kunstbeoefening. Daar is een licht dalende trend te zien. Nederlanders geven met elkaar 12 miljard euro uit aan kunst en cultuur. De bijdrage aan het BBP is aan het dalen. Met name in de architectuur heeft men het zwaar. Wat verder opvalt is de stijging van de toegangsprijzen én bezoekers aan voorstellingen van vrije theaterproducties. Ook opvallend is de stijging van de bezoekers aan de rijksmusea. 8% per jaar vanaf 2008. Ook bij de popmuziek stijgen de prijzen maar dalen de bezoekers iets.

In het afgelopen jaar is het aantal gesubsidieerde cultuurinstellingen gedaald van 172 naar 84. Het aantal fondsen is ook gedaald van 151 naar 121. Ook het aantal door gemeenten gesubsidieerde instellingen is dalend. Maar iets lager dan bij het rijk. Daar is wel sprake van een grote dynamiek. Instellingen verdwijnen en er zijn ook veel nieuwkomers. Verder is de nota zelf ook dikker geworden in de laatste jaren. Dit als gevolg van verbreding van de invalshoek en de grotere beschikbaarheid van feiten en cijfers. We gaan door met een paneldiscussie om over de nota te discussiëren. Eén van de panelleden constateert dat er veel meer samenhang is ontstaan in de sector en daarmee professionalisering. En het op orde hebben van je begroting en je gegevens is een uiting van die professionalisering. Hoofd Cultuur van Amsterdam vertelt dat het ondanks de crisis en vergeleken met andere landen toch wel erg goed gaat met de (gesubsidieerde) cultuursector. Ook het maatschappelijk draagvlak voor kunst en cultuur is heel groot in Nederland. Volgens een spreker in de zaal gaat het helemaal niet zo goed in Nederland als je kijkt naar de relatief geringe bijdrage van andere organisaties en bedrijven die geld stoppen in kunst en cultuur. Een andere spreker in de zaal meldt dat de Boekmanstichting binnenkort met een andere feiten-&cijfernota, 'de cultuurindex', gaat komen. Marian Hammersma is daar positief over en merkt hierbij op dat ze gaat kijken in hoeverre de gegevens uit deze nota ook bruikbaar kunnen zijn voor Cultuur in Beeld.
Niemand onder de panelleden lijkt bereid te zijn om in de nabijheid van Hammersma iets onaardigs te zeggen. Dus het is een erg positief en beleefd ingestoken discussie.

Op de een of andere manier bekruipt me een gevoel dat in deze sessie slecht nieuws als goed nieuws wordt verkocht. Maar dat kan ook slechts mijn 'onderbroekgevoel' zijn (heerlijke Freudiaanse verspreking van Hammersma).

donderdag, november 14, 2013

Grand Finale 3: Annushka Graver #KNVI2013

Annushka Graver, informatieprofessional bij de bibliotheek van de Hogeschool van Breda. heeft het over de positie van de mediatheek, dicht op het college van bestuur, binnen de hogeschool. De mediatheek dient een trekkersrol te vervullen op het gebied van een aantal strategische activiteiten van de hogeschool en slaagt daar goed is waardoor de mediatheek het enorm druk heeft. Niet alles gaat even goed. Regelmatig wordt de mediatheek knullig overgeslagen. Nu is het zaak om de status en rol van de mediatheek te behouden. Belangrijk om een voorsprong te houden en nieuwe vormen van samenwerking te bedenken. In de nieuwe visie op de mediatheek binnen een geplande nieuwe behuizing wil Annushka van de mediatheek een kennisparadijs maken.

Martij Hartman-Maatman, kandidaat voorzitter van de KNVI, praat over het waarom van een informatieprofessional en het waarom en belang van de KNVI. Over de wedergeboorte van de informatieprofessional en over dat de toekomst aan de informatieprofessional is. Fijn dat de beoogd voorzitter er zo positief in staat.

Vervolgens Michiel Wesseling, de huidige voorzitter van de KNVI die tevreden terugblikt op deze dag. Hij is blij en trots dat het congres eindelijk weer eens is georganiseerd door de leden van de KNVI zelf. Hij bedankt de betrokken vrijwilligers en zet nog even de winnaars van de KNVI Infobattle en de Victorine van Schaickprijs in het zonnetje. Michiel ziet de toekomst ondanks alle crisismeldingen toch zonnig in. Maar daar is wel heel veel lobbywerk voor nodig.

Tot slot nog een poëtische afsluiting van Dominique Engers. Dominique doet dat muzikaal, grappig en onnablogbaar. Dus iedereen weer tot zien. We begeven ons zo naar de besloten borrel van de OB branche in de beste bibliotheek van Nieuwegein. Na zo'n dagje vrije uitwisseling trekken we immers graag de schuttingen weer op.


Grand Finale 2: Hans van Harteveld en Jeroen van den Hoven #KNVI2013

De directeur Hans van Harteveld van de opgeheven bibliotheek van het Koninklijke Instituut voor de Tropen. Hij vertelt een tegelijk hilarisch en buitengewoon treurig verhaal over de onafwendbare afbraak van de bibliotheek. De moraal van het verhaal is: zorg dat je niet langer van subsidie afhankelijk bent.

Vervolgens Jeroen van den Hoven van de Delftse TU. Hij spreekt over Big Data versus ethiek voor informatieprofessionals. 90% van het totale hoeveelheid data komt uit de laatste 2 jaar. Quantum computers zijn nodig voor deze hoeveelheid data. Met quantum computers kun je heel veel dingen doen en kun je hele compexe problemen te lijf. Van analyse tot voorspelling. Een aantal voorbeelden zoals de invloed van sociale media. Of bijv. de conclusie dat het met bedrijven een stuk beter gaat als er meer gecommuniceerd wordt. Lijkt voor de hand liggend maar het is nu bewezen aan de hand van enorme hoeveelheid data. Over Quantified Self. Over the Internet of Everything. Totale verknoping en verbondenheid van mens en machine. Waar gaan we heen? Wat voor informatiesamenleving willen we eigenlijk hebben? Over het (kwaliteits) verschil tussen de grote denkers van vroeger (Marx, Kant, Rousseau, Macchiavelli) en de grote invloedhebbers van nu (Zuckerberg, Page, Bezos etc.). Door de toegenomen complexiteit als gevolg van Big Data is een enorme chaos ontstaan in de informatievoorziening. In onze huidige zoektechnologie zitten vooroordelen ingebakken. Veel algoritmes bevatten fouten. Er is een 'filter bubble' ontstaan. Hoe werkt 'the Wisdom of the Crowd' Je moet weten hoe het in elkaar zit om het te kunnen begrijpen. Informatieprofessionals kunnen hier hun rol in pakken. Vanwege de hoeveelheid data zijn er ook veel modellen voor analyse en voorspelling. Je moet dus altijd uitgaan van meerdere modellen. Er is behoefte aan betrouwbare informatie en gidsfunctie. Over de strategische waarde van informatie. Meer weten of eerder weten. Er is een ware technologische wapenwedloop onder bedrijven gaande om hierin elkaar te beconcurreren. Over KUDUnomics: technologie maakt het mogelijk om dingen af te schermen waardoor strategische voordelen kunnen worden gehaald. Informatieprofessionals zouden hierin een rol als bewaker van de transparantie te spelen. Persoonsgegevens zijn de nieuwe olie. Informatieprofessionals kunnen een rol spelen bij het helpen van bescherming van persoonsgegevens en het creëren van een veilige setting voor gebruikers van informatiesystemen. Burgers willen toegang tot informatie en niet worden gebombardeerd met informatie Bibliotheekgebouwen zou je moeten vormgeven als een Refugium Libertatis, een ruimte waarin de vrije informatie wordt beschermd en toegankelijk gemaakt. De nieuwe bibliotheekgebouwen van Birmingham etc. zijn als zodanig vormgegeven. Nieuwe instituten, nieuwe rollen voor de informatieprofessionals met morele kennisdoelstellingen.



Grand Finale: Marietje Schaake #KNVI2013

Na Jaap Peters was ik vooral bezig met praten op de beursvloer en toe was het zomaar half vier geworden. Inmiddels ben ik in de Grand Finale terecht geworden. Een plenair gedeelte in een enorme zaal met een groot aantal sprekers op een rij die ieder 20 minuten tijd krijgen.
We beginnen met europarlementariër Marietje Schaake van D66. Marietje spreekt over over het verouderde wettelijke kader versus snelle digitale ontwikkelingen. Internet staat of valt met het kopiëren en delen van media en data. Er zijn nieuwe modellen nodig want het wettelijk kader staat in de weg. Vanwege de geplande invoering van nieuwe controlerende wetgeving (ACTA) ontstond er groot publiek protest. Dat heeft echter de Europese Commissie angstig gemaakt om met nieuwe wetgeving te komen. Zo wordt de introductie van nieuwe zoektechnieken in teksten tegengehouden door verouderd auteursrecht (dat vooral gebaseerd is op het belang van de uitgever) en de handhavingssystemen. Er ontstaan daardoor ongewenste B2B machtsconcentraties. Er moet nieuwe relevante Europese wetgeving komen. Veel werken zijn überhaupt niet toegankelijk omdat de huidige wetgeving toegankelijkheid verbiedt. Er zijn veel uitdagingen voor de informatieprofessional. Bijv. het begrip 'netneutraliteit'. Providers mogen geen onderscheid maken tussen datastromen, de basis voor het vrije verkeer van informatie op internet. Nederland is een van de weinige landen waar netneutraliteit is geregeld. Nieuwe wetgeving moet machtsconcentraties voorkomen zodat ook publieke instellingen zoals bibliotheken toegang tot alle informatie blijven behouden. Overheden moeten hun verantwoordelijkheid hierin nemen. Op dit moment zijn overheden zich onvoldoende bewust van de waarde van open data en nieuwe technologieën. Er zijn enorm veel kansen voor waardevolle publieksparticipatie. Het gaat om het verdedigen van een open en weerbare samenleving waar democratische principes centraal staan. Door toegenomen cybercrime komt de vrijheid van informatieverkeer in gevaar in naam van de bescherming van dezelfde vrijheid. Er is een heldere visie op vrijheid en de bescherming van vrijheid nodig. Vanwege het gebrek aan zo'n visie kon bijv. het NSA-schandaal ontstaan. Als we de wet- en regelgeving veranderen op een moderne manier ontstaat een enorm economisch potentieel van ongeveer acht miljard Euro.

Be Happy, be Agile: Jaap Peters over het Rijnlands Model #KNVI2013

We zijn vandaag bij het KNVI-congres in Nieuwegein. Tussen de bedrijven door probeer ik wat verslag te doen. Dit blogje start met Jaap Peters (u weet wel van de 'Intensieve Menshouderij"). Jaap ken ik nog uit het VOB Goudklompjestraject. Toen ook iets gehoord over het Rijnlands Model. Maar wat was dat ook al weer? Jaap begint met de Chaostheorie. Op het moment dat er één gemeenschappelijke munt (Euro) werd geïntroduceerd werd alles heel complex omdat alles met alles samen begon te hangen: de drang naar eenvoud leidt vaak juist tot meer complexiteit. Over Jaap's moeder op Facebook. Oma zit op Facebook om te zien hoe het met de kinderen en kleinkinderen gaat. Jaap's moeder stelt dat op het moment dat ze 100 is ze bijna 49 jaar heeft lopen roepen dat ze niet meer 'van mijn tijd' is. Beweeg je nog wel mee met je tijd. Maar oma maakt zich wel zorgen over haar privacy. Jaap: "ma is dit weerstand?" Jaap's volgende boek heet 'Meestribbelen': je bent eigenlijk tegen maar je doet toch maar mee. En dan wordt je er toch wel vrolijk van.
Praat nooit over 'plan van aanpak' (niet agile) maar praat over 'wat ben je van plan?'. Over de verschillende interpretaties van 'tijd'. Tijd kan heel verschillend zijn. De Grieken hadden al twee begrippen voor tijd: 'chronos' (de planmatige tijd) en 'kairos'. Peters illustreert het begrip 'Bij de Tijd' met het bekende filmpje over het nut van mobiele telefoons uit 1999 van Bromet. Je eigen geest werkt als gehaktmolen waar iedere innovatie passend wordt gemaakt volgens de 'common sense'. Een gehaktmolen die sterk wordt bepaald door mensen van de 'vorige eeuw'. De vraag is: kun je de gehaktmolen ook veranderen?
Over innovatie: "gras groeit vanzelf maar je kunt er een organisatie omheen bouwen zodat het niet meer groeit" dit als metafoor voor De Arena in Amsterdam. Over "chronos" geïllustreerd aan de hand van paprikateelt in kassen: ieder paprika z'n eigen persoonlijk ontwikkelingsplan, voortdurend gevolgd met citotoetsen.
Over de 'tussentijd'. Het moment dat je met één been in het oude (de bovenstroom) staat en met één been in de nieuwe wereld (de onderstroom). Over wanneer 'meer van het zelfde' gaat doorslaan in het tegendeel van wat je wilt bewerkstelligen. Over de zelforganisatie die start wanneer je je daar bewust van wordt (zie ook de boeken van Malcolm Gladwell). Over de bovenstroom (dat wat je ziet) en de invloed van de onderstroom (dat wat je niet ziet). Over het moment waarop je spullen thuis beter zijn dan wat je van de baas krijgt. Over de leerling die de docent moet uitleggen hoe het met updates zit. Over het verschil tussen hebben en delen. Dat is een heel belangrijk bewustzijnmoment van de informatieprofessional. Je bent wat je deelt.
Over dat we vernieuwing vaak teveel vanuit de consument benaderen. Over het verschil tussen chronos en kairos geïllustreerd aan de hand van een zebrapad in Hanoi (iedereen is agile en stribbelt mee). Over het essentiële verschil tussen 'weten is meten' en 'meten is weten': "sommige managers kijken alleen naar de spreadsheets". Over hoe organisaties werken geïllustreerd aan de hand van de complexe planmatige topdown organisatie bij American Foodball. In American Foodball is alles ondergebracht in chronos en is niet agile. Ons eigen (socialistische) voetbal speelt zich af in kairos en is wel agile. Over het verschil van betrokkenheid tussen toeschouwers en supporters. Over het verschil tussen managen en organiseren. Bij managen ga je van B naar A (plan van aanpak) ipv A naar B (wat ben je van plan). Over de 'scientific approach' van Taylor uit 2011: het toekomst is aan het systeem. Over het verschil van 'human beings' en 'human resources'. De laatste kun je managen. De harkstructuur van het systeem kan niet werken omdat de coördinatie aan de top zit en de uitvoering onderaan de hark. Over het irreële van de 'planning en control cyclus'. Realiteit komt niet overeen met de planning. Hoe kun je agile zijn? Bewegen met de realiteit voor ogen. Voor de informatieprofessional: het gebeurt niet in de system maar in de community. Volgens Peters 'wankelt de hark'. Het nieuwe werken is terug naar vóór 1911: "we gaan vooruit naar vroeger", de mens staat centraal en het veel kleinere systeem dient. Peters legt het tot slot nog eens uit aan de hand van de drie Matrix-delen.  Deel 1 overwinning op het systeem. Deel 2: the system strikes back. Deel 3: het inzicht.
Peters stelt dat de crisis veroorzaakt is dat we het systeem zo lang centraal hebben gesteld en daarmee zoveel schade hebben veroorzaakt dat het niet zo eenvoudig meer te repareren valt. De frontoffice dient de backoffice aan te sturen. Tot slot nog even de verschillen op een rij van van het Anglo-Amerikaanse systeem versus het Rijnlands-Europese model aan de hand van een paar fraaie sheets. Het is aan de informatieprofessional om de brug te bouwen.
Goed verhaal van Jaap Peters!


zondag, november 03, 2013

Ervaringen met de Chromebook 2


Afgelopen juni berichtte ik over m'n nieuwe Chromebook. Inmiddels heb ik dit werkpaardje vijf maanden intensief gebruikt en is het voor de lezer nuttig om kennis te nemen van m'n vervolgervaringen. Om met de deur in huis te vallen: ik ben nog steeds enthousiast. Maar er zijn ook best verbeterpunten te benoemen. Ik vind de Chromebook heel vernieuwend omdat het een op schaarste gebaseerd concept is: altijd werken 'in the Cloud', geen overkill aan functies die je nooit gebruikt maar de Chromebook biedt alleen de hoogst noodzakelijke functionaliteit. Als je zaken mist kun je die aan de ene kant uit de Chrome 'Winkel' halen en die winkel raakt steeds rijker gevuld. Verder ontwikkelt Chrome zich voortdurend. Je Chromebook groeit daarom als het ware mee met jouw persoonlijke gebruik. Als 'lifehacker' staat me dat enorm aan. Verder is er geen gedoe met software updates, viruskillers etc. en het razendsnelle opstarten blijft enorm prettig als je veel onderweg bent. Een Chromebook lijkt wel wat op de combinatie van tablet en apps. Maar het schakelen tussen tabs in een browser gaat toch een stuk gemakkelijker dan het schakelen tussen apps op bijv. een iPad.

De grootste kritiek heb ik op de hardware van Samsung. Ik gebruik de Samsung XE303 en daar zit weinig luxe aan. De behuizing is van nogal krasgevoelig plastic gemaakt. Dat maakt het apparaat weliswaar heel licht, iets meer dan 1 kg dus, maar ook kwetsbaar. Ik behandel 'm daarom ultravoorzichtig. Desalniettemin zie je toch overal krasjes verschijnen. Iets meer rekenkracht zou ik ook prettig vinden. De opbouw van het beeld kan bij internetpagina's met veel beeldmateriaal trager verlopen dan gewenst. Verder heb ik twijfels bij de kwaliteit van het toetsenbord. Het tikt nu nog lekker weg maar het eerste haperende toetsje heeft zich al gemeld. Dus mijn advies op voorhand al: ben je van plan een Chromebook aan te schaffen neem dan een iets duurder model zoals de onlangs verschenen HP. Hiermee zijn mijn belangrijkste kritiekpunten wel gemeld.

Er is veel te melden over de voordelen. Ik heb de Chromebook overal mee naar toe gesleept en veel gebruikt, in de trein, op het vliegveld, in hotels en nu weer in een appartementje op Ameland. Alle live-verslagjes die ik onlangs maakte bij de Internet Librarian in Londen heb ik gemaakt op de Chromebook. Heel fijn is dat de software, Chrome dus, zich voortdurend vernieuwt. Zo begint er ook flink schot in de offline-functionaliteit te komen. Dankzij de integratie in Chrome van het vorig jaar door Google overgenomen Quick Office is het nu ook mogelijk om online én offline aan Microsoft office-bestanden te werken. Wat mij betreft een hele grote stap vooruit. Ook voor professioneel gebruik heb ik weinig klachten. Eigenlijk kan ik alles goed doen op één ding na en dat is het gebruik van de Exchange mail. De webversie van Outlook draait op Silverlight en dat functioneert niet in Chrome. Je wordt gedwongen om de 'Outlook Light Web App' te gebruiken en dat werkt dus zeer beperkt.

Kortom ik blijf het een aanrader vinden. Voorwaarde is wel dat je houdt en gebruik maakt van Google Apps en bereid het Cloud-avontuur aan te gaan. Ik ben helemaal gewend aan Drive. Doe eigenlijk al een aantal jaren standaard alles in de office apps van Google en maak er alleen een Microsoft versie van als dat van mij gevraagd wordt. Maar het blijft natuurlijk zo dat niet alles wat kan op een Windows laptop of een Mac ook kan op een Chromebook. Dus voor veel mensen zal een Chromebook vooralsnog een apparaat voor erbij zijn en voor die kleine € 300,- is de prijs dan het probleem niet. Vergeleken bijv. met een tablet is deze Chromebook echter vele malen handiger en efficiënter als mobiel werkpaardje dan een iPad. Kortom ik vind het een geslaagd experiment en ga er rustig mee verder.

Foto: Jan Klerk

woensdag, oktober 16, 2013

Last post #ILI2013

De vorige keer dat ik Londen bezocht miste ik het vliegtuig terug. Daarna 24 uur op Stansted rondgehangen. U kunt zich voorstellen dat ik daar een klein fobietje van heb opgelopen. Daarom de laatste schermutselingen van Internet Librarian International maar overgeslagen waardoor ik nu twee uur over heb op Gatwick Airport. Maar zoals u weet vermaak ik mij kostelijk met een rugzak vol gadgets. En zonder die rugzak lukt dat ook nog wel. Er valt immers genoeg te zien, te horen en ruiken hier in de UK voor een zintuiglijk georiënteerd type als ik. Wat ILI2013 me precies gebracht heeft weet ik nog niet. Ik ben een trage verwerker. Eerst maar eens een nachtje slapen, de verschillende postjes die ik geschreven heb nalopen. De slides erbij zoeken. M'n bijdragen over ILI2009 erbij pakken. En dan eens flink herkauwen. Toch een kleine glimp. Op de een of andere manier bekruipt me het gevoel dat de bibliotheekwereld enigszins stil staat. Tenminste als ik afga op de presentaties die ik bij Internet Librarian heb bijgewoond. Dat kan aan mij liggen. Dat kan natuurlijk ook aan de ingezonden bijdragen liggen. Ik kan ook gewoon moe zijn. Verder kun je alleen kennisnemen van wat gepresenteerd wordt. En wat je in de wandelgangen verneemt. En hopelijk is dat een klein tipje van een ijsberg aan ontwikkelingen in de internationale bibliotheekwereld. Alles bij elkaar heb ik wel bijzonder genoten. Van de reis, van Londen, van de vriendelijke Londenaren en de meer dan vriendelijke deelnemers aan ILI2013. Dit was voorlopig m'n laatste post over ILI. Veel dank aan m'n lezers voor de positieve reacties via Twitter etc. Dat heb ik enorm gewaardeerd! Voor nu even genoeg en tot ziens!

Track discovery and user behaviour #ILI2013

Verder met het onderwerp webscale discovery. Michael Norman van de University van Illinois vertelt over hun Primo implementatie en de webscale discovery features van Primo. Gebaseerd op een single search box. Waarom webscale? Om te kunnen concurreren met Google. De hoop om verloren gebruikers terug te krijgen. En de mogelijkheid om externe bronnen met lokale bronnen te kunnen mixen. In de afgelopen 5 jaar worden de webscale systemen snel door universiteitsbibliotheken geadopteerd. De echte volwassen fase is echter nog niet bereikt. Ondertussen is er wel veel geleerd. De discovery diensten worden meer gewaardeerd door de studenten dan door de bibliothecarissen. Meestal omdat de bibliothecarissen minder tevreden zijn met de geavanceerde zoekmogelijkheden van het systeem. Bijv. vanwege de gebrekkig functionerende relevance ranking. In het eerste jaar na implementatie is veel onderzoek gedaan naar de issues maar is ook veel duidelijk geworden over de toegevoegde waarde van een webscale systeem. Vervolgens nog wat zorgen over het gegeven dat door de geconstateerde issues in het systeem gebruikers tevreden zijn met goed genoeg terwijl het wel degelijk mogelijk is om betere resultaten uit het systeem te halen. Meeste gebruikers blijven de default search mogelijkheden gebruiken. Slechts 30% gebruikt wel eens uitgebreid zoeken. Duidelijk is geworden dat er meer tijd en energie moet worden gestoken in het zoekgedrag van gebruikers en de ondersteuning van studenten bij zoeken. Vervolgens een aantal zoekvoorbeelden in het systeem waaruit blijkt dat het allemaal nog niet zo lekker werkt.

We gaan verder met Matt Benzing van Rensselaer Libraries over gebruikersonderzoek met de Camtesia-applicatie waarmee je schermgebruik kunt opnemen en tutorials kunt maken. Vergeleken met andere software is Camtesia heel betaalbaar. Camtesia maakt het ook mogelijk om de non verbale communicatie van de gebruikers vast te leggen. Een gezichtsuitdrukking zegt soms meer dan een antwoord. Benzing gebruikt verder de SurveyMonkey applicatie voor het maken en uitzetten van online enquêtes. Uit het onderzoek bleek dat studenten overal zoeken behalve in de bibliotheek. De bibliotheek wordt echt als laatste mogelijkheid gezien. Verder vinden studenten gemak belangrijker dan begrip. Volgens Benzing is de beste manier om vrijwilligers voor onderzoek te werven goed voedsel!: "You have to bribe them with food".
Benzing maakt ook gebruik van tools als Reddit. Dankzij Reddit kunnen resultaten enorm omhoog gaan.
Verder is het belangrijk dat je de video-setup vooraf goed en uitgebreid test. Anders kunnen belangrijke resultaten door knulligheid verloren gaan. Vervolgens wat schermvoorbeelden van hoe je Camtesia kunt gebruiken en hoe je de uiteindelijke video maakt en kunt uploaden naar Youtube.
Benzing laat nog wat opnamen zien van de interviews. Er is ook onderzoek gedaan naar de gebruikte terminologie op de onderzochte universiteitswebsite. Daaruit bleek dat de studenten niet altijd begrijpen wat er bedoeld wordt. Ze missen ook sommige dingen die ze van Google gewend zijn. Studenten schieten doorgaans direct de search box in. Ook al is de informatie daar helemaal niet te vinden.
De conclusie uit het onderzoek is in ieder geval dat het veel informatie oplevert waarmee de website verder ontwikkeld kan worden.

Sessie 'The Data Librarian' #ILI2013

We krijgen nu een aantal korte presentaties over 'data'. Eerst Andrew Cox van de Sheffield University. Hij heeft het over de gecompliceerde informatiewereld en het belang van Research Data Management. We krijgen een aantal visuals met 'good practices'. Bibliotheken kunnen een goede rol spelen in RDM. Open acces stimuleren, data curatie, helpen bij data analyse, juiste vaardigheden bijbrengen bij beginnende onderzoekers etc. Bibliotheken spelen hier zeer uiteenlopende rollen in. Voor bibliotheken een lastig terrein omdat de veranderingen (ook wat betreft het verwachtingspatroon bij gebruikers) enorm zijn. Verder niet te bloggen dit verhaal. Slides met ontelbaar veel bullets gaan van zoef, zoef en de dhr. Cox praat razendsnel, heeft duidelijk haast. Ik ga z'n slides (met name de slide over de 'Clumsy Librarian') nog maar s ff op m'n gemak nalezen.
Vervolgens Kate Dougherty van de Universiteit van Arkansas over GIS, Geographic Information System). Ok Geodata dus. Over wat GIS is en waarvoor het wordt gebruikt. Over de afkomst van de data (federal, State GIS portals, Local etc.), vaak ook commerciële bronnen. GIS wordt op twee manieren gebruikt. Voor 'display' en voor professioneel gebruik (analyse). Kate klikt ons door de mogelijkheden van een open source GIS heen (Quantum GIS). Hoe je in Quantum verschillende kaartlagen kunt aanbrengen. Klikgewijs behandelt Kate een aantal GIS 'light' applicaties die door bibliotheken worden gebruikt zoals GeoCommons dat ook de mogelijkheid biedt om informatie de delen en mapFast van onze vrienden van OCLC. Jezus Kate! Waarom praat je zo snel!
Hoppa! Volgende spreker is Tony Hirst van de Open University. Dit gaat over vragen stellen aan de hand van data. Vroeger hadden we bibliothecarissen (!). Tegenwoordig kunnen we zelf onze vragen stellen dankzij zoekmachines. Maar stellen we de juiste vragen en gebruiken we de juiste instrumenten. Vervolgens over manieren waarop documenten doorzocht kunnen worden op basis van terugkerende patronen. Hoe kunnen we informatie destilleren uit data? Over zoeken met de beperkte mogelijkheden op Facebook (voorbeeld: friends of my friends who are libraries). Wie is hier eigenlijk goed in? Moet een bibliothecaris eigenlijk wel zoeken op Facebook? Hoe kunnen we de juiste informatie unlock uit databases? Vragen maken van data informatie. Dus wie leert ons de juiste vragen stellen? Hirst laat een aantal voorbeelden zien hoe je met uitsluitingen bij de juiste antwoorden kunt komen. Lastig betoog dit. Ik ga maar eens verder kijken op de site waar Tony Hirst actief is. Hé Hirst heeft het over Linked Data. Wie leert ons omgaan met Linked Data?
Hoofdpijn!
Vervolgens Hans Constandt (uit België) van Ontoforce over Big Data. Hij heeft het over z'n gehandicapte zoon. Behandeling liep een jaar vertraging op omdat de juiste data niet voorhanden waren. Ontoforce wil met hun Disqover-tool de datagap overbruggen. Over het belang van datasharing en het linken van data. Data wordt veel belangrijker en krachtiger wanneer je data deelt en linkt. Over gamification. Verpak informatie in een spel. Over de kracht van de crowds. Veel data is niet leuk. Daarom, houd het simpel en snel. Betrek gebruikers vanaf het begin. Zoveel mogelijk usability tests doen is noodzakelijk. Over Eye Tracking. Over het belang van design. etc. Boem voorbij. Nog maar eens goed naar die Disqover tool kijken. Leek interessant. Vervolgens nog een paneldiscussie van 5 minuten met de presentatoren. Ging het toch nog over linked data. Lunch!

Search Slam #ILI2013

De rest van de dag volg ik de track 'Search, Discovery and Data'. Tijdens m'n vorige Internet Librarian in 2009 was het vooral 'linked data' wat de klok sloeg. Tijdens de keynote van Peter Morville gisteren kreeg ik de indruk dat 'linked data' inmiddels een gepasseerd station is. Kortom ik ben benieuwd in hoeverre de presentaties van vandaag Morville zullen bijvallen.
Maar we beginnen met zoeken. Met een 'Search Slam' zelfs onder leiding van Marydee Ojala (een echte Amerikaanse bibliothecaris en hoofdredacteur van het tijdschrift Information Today) en Phil Bradley (trainer).
Wow, we krijgen zoekles! Tien lessen 'to be learned' en die je moet kunnen uitleggen aan studenten:
1. Trust nothing and no-one. Also don't trust what Google says. Slechte sites kunnen hoog ranken omdat veel autoriteiten informatie over de slechte reputatie van een website op hun eigen site publiceren. Ojala en Bradley laten een groot aantal foute internetsites zien die je op het verkeerde been zetten: you can't trust what you see! Er is een enorme zwarte markt voor imitatiesites. Facebook zorgt er ook voor dat dit soort sites hoog ranken omdat veel mensen blind de like-button klikken van een foute site. 2. Expect volatility (veranderlijkheid/tijdelijkheid). Handig om te beseffen dat wanneer je verwijst naar bronnen op het internet die bronnen zomaar verdwenen of verhuisd kunnen zijn. Verder doen grote bedrijven zoals Google regelmatig aan 'grote schoonmaak'. 3. Click everywhere. Zoek naar verborgen hyperlinks, scroll over de hele pagina. Het diepe web kan soms verborgen zijn terwijl je er naar kijkt. 4. Use multiple sources. Kortom gebruik altijd meerdere bronnen. Google wordt er met de jaren niet beter op volgens Bradley. Zoek daarom in meerdere dedicated zoekmachines zoals Silobreaker, Blekko, DuckDuckGo, Topsy, WolframAlpha, Socialmention etc. 5. Determine intent. Kortom onderzoek wat jouw klant eigenlijk wil en pas je zoekinstrumentarium daarop aan. En wanneer is goed genoeg werkelijk goed genoeg? 6. Words matter. Het maakt dramatisch veel uit welke woorden je gebruikt in een zoekactie. Pas je aan aan de terminologie van je gebruiker. 7. Eliminate influencers. Houd rekening met geolocatie en personalisatie. Personalisatie en geolocatie beïnvloeden de zoekresultaten. Je moet kunnen uitleggen waarom dat zo werkt. En dat uitleggen is lastig als je bijv. online les geeft. 8. Remember context. Bijv. 'racism in Georgia'. Hebben we het over Georgia of Georgië? 9. Time! Informatie is enorm veranderlijk. Probeer er achter te komen hoe recent de informatie moet zijn. Bijv. zoek eens naar informatie op Topsy. Je krijgt informatie die een paar miliseconden geleden gepost kan zijn. 10. Never assume. Voorkom aannames. Wees sceptisch. Niets staat vast. Je wordt altijd geconfronteerd met verrassingen in de zoekwereld. Verder is de aandacht sterk aan het verschuiven van websites naar Facebookpagina's.

Best leuk deze sessie voor een 'bibliothecaris aan de zijlijn' zoals ik. Maakt je bewust dat je steeds meer de bekende paden bewandelt als het om zoeken gaat.

Joe Tree van Blipfoto #ILI2013

Afscheid genomen van Hotel Ravna Gora dat gerund wordt door Serviërs. Een statig pand op de hoek van Holland Park Avenue en Holland Walk, zo'n beetje naast het prachtige Holland Park. De wanden van het hotel waren bekleed met portretten van oude Servische helden uit een lang verdwenen verleden. Dat is ook een beetje de stijl van het Hotel en de medewerkers. Ze zijn toe aan een opknapbeurt. Maakt verder niet uit. Het is een kleurrijk hotel en dat is ook wat waard. De wandeling ditmaal door Holland Park en verder via Kensington High Street naar het Olympia Conference Centre. Nu verder met de 2e dag Internet Librarian. Er zijn wat inleidende schermutselingen van oude eerbiedwaardige en baardige Engelse bibliothecarissen i.v.m. een prijsuitreiking. Maar gelukkig nu verder met Joe Tree van Blipfoto. We gaan het over fotografie hebben, over de manier waarop we de geschiedenis van vandaag kunnen bewaren voor morgen en over de manier waarop we vandaag de dag verhalen vertellen met foto's. Veel plaatjes in de presentatie natuurlijk o.a. van Tree's jeugd waar maar een paar foto's van over zijn. Hij heeft zelf inmiddels al 27000 foto's genomen van z'n kinderen in de afgelopen paar jaar. Dus we leven in een andere tijd wat betreft de waarde en het bewaren van beeldmateriaal. Er staan 300 miljard foto's op Facebook. Het documenteren van het eigen leven gebeurd op een massale schaal.
Verder over de metadatering van foto's. De metadata bepalen de waarde van een foto. Foto's uit historische verzamelen (bijv. Library of Congress) zijn vaak nauwgezet gemetadateerd. Dat in tegenstelling tot de foto's op Facebook die na een paar jaar niets meer waard zijn. Snapshat is nog een fase erger. Foto's staan maar tijdelijk op het netwerk en worden automatisch verwijderd. Photosharing is exponentieel gegroeid in de afgelopen jaren: "we create and share more thane ever but we save less"!
Alles wordt vluchtiger, ook persoonlijk contact. Blipfoto's motto is daarom: "save your life, with just one photo a day". Dus één foto per dag & commentaar posten waarmee je je levensloop als het ware in foto's en verhalen vastlegt. Vervolgens over de ontstaansgeschiedenis van Blipfoto dat vier jaar geleden gemaakt is. Een paar jaar geleden ging de site van Blipfoto een weekeinde plat vanwege serveroverbelasting. En dat leverde een enorme hoeveelheid reacties op zoals: "You don't know how much you appreciate something till its suddenly gone". Maar het succes bleef. Mensen vierden hun 500e foto op Blipfoto uitgebreid en Blipfoto kreeg een Bafta voor beste website in 2009. Er zijn inmiddels bijna een half miljoen gebruikers en Tree heeft nog nooit een cent betaald aan marketing. De grootste gebruikersgroep van Blip is tussen 35 en 45 jaar oud. Het bijzondere bij Blipfoto zijn de onderschriften, de verhalen van de fotomakers. Tree laat een aantal foto's zien die tijdens en na een aardbeving zijn genomen. Of van een steenfabriek die ten onder gaat vanwege de crisis. Zo worden belangrijke gebeurtenissen en verhalen vastgelegd door gewone mensen. Blipfoto's toegevoegde waarde zit in de combinatie van foto én verhaal én de ontsluiting van het verhaal. Blip is open, goed geïndexeerd en de gebruikers onderhouden het zelf. Bij Blip gaat het niet over vastleggen wat je doet maar wat je gedaan hebt.
Je kunt ook via een kaart, de Blipmap, navigeren op de site. Tree laat zien wat er aan foto's en verhalen te zien is over de plek waar we nu zitten, het Olypmpia Conference Centre.
Leuk verhaal over toegevoegde waarde!