woensdag, januari 07, 2015

Joepie, de #Pono is er


Goed nieuws voor audiofielen, de Pono, het lang verwachte draagbare muziekapparaat van Neil Young ligt vanaf volgende week in de winkels. In de VS dan. De Pono is een soort iPod voor hoge resolutie audio bestanden en is gekoppeld aan een online muziekwinkel. Initiatiefnemer Young belooft geluidskwaliteit die gelijk staat aan de originele studiomasterbestanden. De driekantige Pono ziet er zo op de foto's foeilijk uit, net een reep Toblerone chocola. Maar, zoals mijn oude moeder vroeger zei, echte schoonheid zit van binnen. En ware schoonheid mag natuurlijk wat kosten, ik denk dat de Pono straks voor rond de € 500,- in de winkel zal liggen. Das niet niks vergeleken met bijv. de € 300,- voor de duurste 'iPod touch'. Maar ondanks de hoge kosten ben ik toch stinkend benieuwd naar het apparaat. Maar heb natuurlijk net als de eerste reviewers mijn twijfels.

Waar ik persoonlijk blij mee ben is dat geluidskwaliteit weer een issue voor grotere groepen muziekliefhebbers lijkt te worden. Alleen al omdat je over geluidskwaliteit zo heerlijk kunt ouwehoeren met vrienden. Ik kan me ook goed herinneren hoe agressief ik vroeger kon worden als iemand beweerde dat hij betere speakers had dan ik. Ook Sony, die afgelopen week een nieuw peperduur HR muziekapparaat lanceerde, lijkt dat te onderkennen. De laatste tien jaar leek geluidskwaliteit steeds meer het onderspit te moeten delven ten behoeve van draagbaarheid, draadloos gemak, opslagcapaciteit, design etc. etc. Ik hoorde ook steeds meer foeilelijk opgenomen muziek langskomen. Geluidskwaliteit leek eigenlijk alleen nog belangrijk voor een kleine niche van audiofiele snobs. Het kan overigens zo zijn dat ik tot die laatste categorie behoor.

Het beoordelen van geluidskwaliteit is een behoorlijk subjectief gebeuren. Immers er zijn zoveel factoren die een rol spelen bij het luisteren naar muziek. Dat geldt niet alleen voor de opname, maar ook voor de apparatuur waarmee en de ruimte waarin je luistert en niet te vergeten je eigen gesteldheid. Dat laatste moet zeker niet onderschat worden. Ik hoor zelf bijvoorbeeld 's-ochtends heel anders dan 's-avonds. En er is ook een groot verschil tussen wat ik hoor als ik vermoeid of uitgerust ben. Je luistert eigenlijk zelden muziek onder de ideale omstandigheden.

Maar er zijn absoluut hoorbare verschillen tussen de verschillende afspeelversies van dezelfde muziek. Maak bijvoorbeeld zelf eens een rip van Pink Floyd's 'Wish You Were Here'. De invallende basgitaar van Waters na de legendarische intro van Gilmour en Wright klinkt bij een 128k rip blubberig en vaag terwijl dezelfde bas bij 320k mooi strak klinkt. Bij klassieke muziek zijn de verschillen trouwens nog beter hoorbaar. Dus het loont echt wel om al je muziek bij 320k kwaliteit te rippen. Maar het kan dus nog beter.
Als je het nog mooier wilt horen dan die 320k dan kom je dus in de wereld van de audiofielen terecht.

Dankzij die subjectiviteit wordt er ook een ongelofelijke hoeveelheid onzin verkocht in de media (en in de winkels). Over kabeltjes, over buizen, over de warmte van vinyl. Laten we bijvoorbeeld eens stoppen met het ophemelen van vinyl. Het is weliswaar weer onwijs hip om met een echte LP over straat te lopen maar hou alsjeblieft op over het beter klinken van een LP. Het aantal gelijkhebbers onder de audiofielen is trouwens ontelbaar. Wellicht pas ik ook in de categorie gelijkhebbers.

Al het hierboven genoemde kom je tegen in de eerste recensies van de Pono. De ene recencent vindt de Pono dure bullshit. De ander vindt de geluidswaliteit hemels. Maar nogmaals, ik ben heel benieuwd. Alleen al omdat m'n eigen draagbare audio-apparaat, een iPod Classic uit 2008 binnenkort wel de geest zal geven.
Grappig trouwens dat ik in de digitale onderwereld de eerste illegale kopieën van dure en grote Pono-bestanden al weer langs zag komen. Ik kan niet wachten. Kom maar op met je Pono, ik wil het wel eens horen! Helaas is het nog lang geen Vaderdag.

vrijdag, december 19, 2014

Lezen op de Kindle Voyage


Ik vind ereaders fascinerende apparaten. Vanwege de snelle opkomst van tablets is de ereader al een aantal malen dood verklaard. Maar de ereader is allesbehalve dood. 2014 was zelfs best een succesvol jaar voor de ereader. Op dit moment hangen de bijvoorbeeld de bushokjes vol met reclame voor de speciale kerstactie van Bol.com met de Kobo Aura. Er kwamen afgelopen jaar een aantal interessante nieuwe modellen op de markt waaronder een paar zogenaamde 'premium' ereaders: van hippe en handige functionaliteiten voorziene luxepaardjes voor een wat hogere prijs. Zo is er de mooie nieuwe waterdichte Kobo H2O die wat groter is en meegenomen kan worden in de badkamer of naar het zwembad.

Zelf ben ik inmiddels in het bezit van de Kindle Voyage, mijn derde Kindle. De Voyage is een premium ereader met hoge resolutie scherm (300 ppi), automatisch aanpassende schermverlichting en zachtjes trillende doorbladersensoren. Het apparaat is mooi, licht en dun en voelt aan als een klasse-apparaatje. In de media was er wat kritiek te horen op een verondersteld kleurverloop in het verlichte scherm. Ik heb dat zelf niet vast kunnen stellen maar wellicht komt dat omdat mijn exemplaar al weer een 2e generatie Voyage is. Het scherm is toch een stuk beter dan dat van mijn Kindle Paperwhite (1e gen. uit 2012) waar ik eigenlijk best tevreden mee was.

Hét grote pluspunt bij de ereaders van Amazon blijft het ecosysteem van Amazon: de software van de Kindle in combinatie met de Kindle Cloud (en niet te vergeten de Kindle-apps voor smartphone en tablet). Ik vind dat Amazon ecosysteem echt uniek gemakkelijk. Je moet dan wel de keuze maken voor het specifieke Amazon-format. Ik vind dat zelf geen probleem. Met het programma Calibre zet je immers al je eerder verworven ebooks in andere formaten zoals epub moeiteloos om in het voor de Kindle leesbare mobi-format. Het eigen Amazon DRM beveiligde AZW3 format laat zich echter een stuk lastiger omzetten naar epub. Dus wat mij betreft is het het meest verstandige om een keuze te maken (voor bijv. Kobo/Bol óf Amazon) en je er voortaan gewoon aan te houden.

Op basis van de eerste paar weken lezen vind ik de Voyage een zeer plezierige reader die ik iedereen die van lezen houdt kan aanraden. Eigenlijk de prettigste ereader die ik ooit heb vastgehouden. De reader past zich automatisch aan, of je nu een lange donkere slapeloze nacht doorbrengt met lezen of overdag op de bank. Voor meer uitgebreide reviews van de Voyage verwijs ik naar andere blogs.

Samenvattend op een rij:

Voordelen
Licht, mooi, dun, luxe uitstraling. Hardware én software werken feilloos en zijn zeer gemakkelijk in het gebruik.
Nadelen
Hoge prijs.

donderdag, november 13, 2014

De eerste aankoop in de winkel van Amazon.nl


Gisteren ging de Nederlandse ebookwinkel van Amazon open. Voor wie het naadje van de kous wil weten verwijs ik daarvoor naar de blog van Ronald Snijders. Ronald heeft de zaken zoals gewoonlijk weer handig voor ons op een rijtje gezet. Ik ben al jaren een enthousiast gebruiker van de Amazon winkel en met name van de geweldige leesomgeving die Amazon biedt. Direct even de proef op de som genomen en ingelogd bij Amazon.nl en een ebook gekocht, een boek met reisverhalen van Bob den Uyl. Grappig genoeg alleen verkrijgbaar bij Amazon. Amazon vraagt direct of ik mijn account wil overzetten naar de Nederlandse winkel. Dat is met twee klikken zonder moeite of problemen geregeld. Het boek staat 10 seconden later op m'n Kindle ereaders waardoor ik dankzij Bob den Uyl een geweldig leeskwartiertje heb in de trein naar Leiden. Niemand kan zo amusant over z'n eigen tekortkomingen schrijven als Bob den Uyl maar dat ter zijde. Het eerste verhaal over fietsavonturen in de Ardennen laat je nog minstens een half uur nagrijnzen.

Wat ik eigenlijk wil zeggen dat het succes van ebooks van een klein aantal factoren afhangt. Dan gaat het vooral over aanbod (grootte en kwaliteit), functionaliteit (hard- en software), prijs en gebruikservaring. Amazon scoort in de VS en in Engeland hoog op deze vier factoren. In Nederland scoort Amazon in ieder geval nog niet hoog op prijs omdat de prijs in Nederland nog door de uitgevers bepaald wordt. Met 20.000 Nederlandstalige titels en een onafzienbaar Engelstalig aanbod valt er over het startaanbod van Amazon.nl in ieder geval weinig te klagen.

Amazon hanteert een eigen ebookformat dus je zit (wat betreft de combinatie ebooks en ereader) als Amazongebruiker in principe vast aan de apparaten en de leesomgeving van Amazon. Dat zou je als een nadeel kunnen zien. Aan de andere kant kan geen enkele andere aanbieder tippen aan het gebruiksgemak en de functionaliteit van de Kindle readers en software en de hele bijbehorende Kindle gebruikservaring. Wat dat betreft is het mooi dat Amazon de lat ook voor de andere aanbieders, inclusief de bibliotheek, in Nederland nu wat hoger heeft gelegd daar kunnen we als gebruikers alleen maar beter van worden.

Foto: Jan Klerk

vrijdag, oktober 03, 2014

Over succesvolle innovatieve kneuterigheid op microniveau


Nederlanders houden van kneuterigheid. Dat is algemeen bekend en helemaal niet erg, het past bij de aard van de Nederlander, voor zover wij Nederlanders een onderscheiden aard hebben. Kneuterigheid kan beste leuk of mooi zijn. Nederlandse kneuterigheid is ook aan innovatie onderhevig, met name op microniveau. Afgelopen zomer ben ik Nederland niet echt uit geweest en heb ik genoten van de enorme toegenomen infrastructuur van fietsknooppunten in ons land. Die fietsknooppunten zijn een gouden vondst van de ANWB. De routes verbinden slim de mooiste plekjes in Nederland en dankzij de goed herkenbare nummering van de knooppunten kan iedereen zonder ook het minste geografische gevoel de weg vinden door simpelweg de nummers op een briefje te schrijven en blind de nummers in de juiste volgorde af te fietsen.

Ik ben ervan overtuigd dat het succes van de elektrische fiets grotendeels te danken is aan het fietsknooppuntennetwerk. Tienduizenden vijftigplussers zoeven 365 dagen per jaar per elektrische fiets langs de uitgezette paden en klonteren vervolgens samen bij de knooppunten. Hier is sprake van bijzonder succesvolle innovatie. En in mijn ogen is de meest succesvolle innovatie die innovatie, die zo dicht mogelijk op de bestaande gebruikservaring van de mens wordt georganiseerd. Een moeilijke zin maar u begrijpt vast wel wat ik bedoel. De eenvoudige logistiek van de paden neemt een veel voorkomend navigatieprobleem weg. De elektrische fiets neemt het probleem van de straffe Nederlandse tegenwinden weg. 1 + 1 = 3! Over mijn groeiende irritatie met deze elektrische colonnes gaan we het vandaag niet hebben.

Aan de nieuwe fietsroutes zijn talrijke zgn. 'Rustpunten' te vinden. Die rustpunten kun je terug vinden op www.rustpunt.nu. Rustpunten zijn de Ubers en Airbnb's van de Nederlandse horeca. Particulieren die aan een fietsroute wonen, zetten stoeltjes en tafeltjes in hun voortuin, een schuurtje met een koffie-apparaat, waterkoker en tarievenlijstje en natuurlijk een rustieke koektrommel met kaakjes en een trommeltje met gleuf voor de inkomsten. Alles zelfbediening. Het is gezellige micro-innovatie op z'n kneuterigst en het is bijzonder succesvol. Succesvol omdat het zeer direct op de gebruikservaring van de Nederlander is georganiseerd en appelleert aan positieve Nederlandse belevingswaarden als gezelligheid, oorspronkelijkheid, authenticiteit, doe maar gewoon, tuinkabouters etc. En natuurlijk heeft het 'Rustpunt' een eigen landelijk merkbeeld! Ook oerhollands is de VOC-mentaliteit van sommige rustpunthouders die het niet kunnen laten om op hun rustpunt allerlei commerciële activiteiten te ontplooien. Rustpunten zijn niet zomaar gezellig. Rustpunten zijn 'oergezellig'. En 'Oer', daar zijn we immers allemaal naar op zoek.

Nog zo'n voorbeeld van kneuterige kabouterinnovatie is de Minibieb. Minibiebs zijn een soort van vogelhuisjes met boeken. Iedere particulier kan zo'n huisje zelf maken of prefab bestellen, ophangen aan het tuinhek en er een collectie in plaatsen. Gebruikers van de minibieb hoeven geen lid te worden maar worden wel geacht voor ieder geleend boek een boek terug te plaatsen. Het is de outdoorvariant van Bookcrossing en het heeft ook een eigen merkbeeld natuurlijk. Het is een geweldig voorbeeld van innovatie op microniveau. Vandaag las ik in het blaadje van 'Fonds 1818', een maatschappelijk fonds uit de Haaglanden, dat Minibiebs ook gemaakt worden door een sociale werkvoorziening. Daarmee is de cirkel rond. Minibiebs zijn niet alleen klein, micro-innovatief, kneuterig en gezellig, ze zijn ook aaibaar. Ik ruik een kans voor de openbare bibliotheken. Maar ik heb er nog geen woorden voor.



vrijdag, september 12, 2014

Alles is anders


Zo daar ben ik weer! Ik ben inmiddels per 1 september verkast naar Katwijk. Als het ware de landelijke stroop verruild voor het lokale zand en de klei. Zo'n verkassing gaat met allerlei aangename afscheids- en welkomstrituelen gepaard. Zo ben ik door RvT en medewerkers van Bibliotheek Katwijk allerhartelijkst ontvangen, dat vond ik hartverwarmend! Ik heb dan ook bijzonder veel zin om leiding te geven aan deze bibliotheek in een bijzonder charmante gemeente waar alles anders schijnt te zijn.

Ik kreeg ook een welkomstbrief van de VOB. VOB-directeur Ap de Vries verwelkomde mij als nieuw lid van de VOB. Er werd mij veel succes gewenst. Ap vond het verder bijzonder moedig dat ik juist in deze tijd verantwoordelijkheid durfde te nemen. Dat is dan weer even schrikken, het is blijkbaar heel erg gesteld met de bibliotheeksector.
Hoe erg het allemaal is gaan we zien. Aan het enthousiasme van de medewerkers hier zal het in ieder geval niet liggen. Dat zit wel snor.

Als je het succes van de bieb afmeet aan de oude indicatoren loopt het natuurlijk wel wat terug allemaal. Maar de Katwijkse bibliotheek heeft het pakket producten en diensten vernieuwd en heeft de tering naar de nering gezet. Je gaat het succes van Albert Heijn immers ook niet afmeten aan de hand van de verkoop van de pakken havermout. Net zoals de zeespiegel stijgt en hier Gemeente Katwijk de waterkering alvast heeft versterkt en verhoogd en gelijktijdig daarmee o.a. 800 ondergrondse parkeerplaatsen heeft gerealiseerd. Alles wordt namelijk onafwendbaar anders en je dient daarom mee te veranderen en als je dat slim doet dan levert dat voor iedereen meerwaarde op. Het is immers een beetje dom om te wachten tot het water aan de lippen staat zogezegd. Zo simpel is dat.

De toekomst van de bibliotheek laat zich echter wat lastiger voorspellen dan de stijging van de zeespiegel. De vraag is hoe de bibliotheek interessant kan blijven nu de burger dankzij Netflix en andere nieuwe kijkdiensten steeds meer uren kostbare vrije tijd besteedt aan serielurken of kijken naar vage voetbalwedstrijden en tablet en laptop inmiddels ook onafwendbaar oprukken op de camping.
Hoewel ik nog geen directe antwoorden heb op deze complexe vraagstelling ben ik er toch eigenlijk niet zo pessimistisch over. Kortom ik houd jullie hier op de hoogte van mijn bevindingen.
We spreken en lezen elkaar!

foto: "Last House on Holland Island" door Baldeaglebluff

donderdag, februari 20, 2014

Lezen op een iPad Mini Retina


Hoe gewoon is het lezen op een ereader nou eigenlijk? Er schijnen ruim een miljoen ereaders te zijn verkocht in Nederland en ongeveer vier miljoen tablets. Kortom vijf miljoen electronische devices waarop je ebooks zou kunnen lezen als ik smartphones even buiten beschouwing laat.  Die aantallen zie je niet terug in de trein. Toch dé plaats bij uitstek waar je van de voordelen van het electronische lezen kunt genieten en waar ik toch zo'n uurtje per dag weglees. Nee in de trein wordt massaal op mobieltjes getuurd en is de gratis krant nog steeds het meest gebruikte leesding. Neemt niet weg dat er in iedere coupé wel een paar tablet-tuurders zitten en een enkele ereader. En soms een lezer met een papieren boek. Lezen van boeken blijft in ieder formaat toch een geconcentreerd klusje. En concentratie wordt een schaars goed.

Dat even vooraf. Ik ben zelf al een paar jaar definitief over op de ereader. Eerst de Kindle Keyboard. En toen de Kindle Paperwhite. Beide fijne devices die ik nog steeds intensief gebruik. Ervaringen daarmee kunt u o.a. hier en hier teruglezen in oudere posts. Devices die alleen geschikt zijn om gedownloade ebooks te lezen. Niet geschikt voor het streaming lezen wat de bibliotheek propageert. Streaming lezen kan wel op een iPad maar lezen op de iPad is me nooit gelukt. Het scherm is te groot en de letters zijn te pixelig en het is niet fijn om lang achter elkaar in zo'n grote lichtbak te turen.
Maar sinds kort heb ik een iPad Mini in gebruik. Niet de gewone maar die met het Retina-scherm. En dat apparaat zou wel weer eens een 'gamechanger' kunnen worden voor het e-lezen. Dat Retina scherm is een heel fijn en genuanceerd scherm dat niet zozeer opvalt door spektakel maar vooral door het afwezig zijn van storende elementen.

Ik heb afgelopen week met veel plezier op de Mini Retina gelezen. Zowel met behulp van de Bibliotheek app als met de Kindle app. De Kindle app is sowieso heel fijn. Lettergrootte, bladspiegel en helderheid zijn eenvoudig aanpasbaar en er zijn nog wat toegevoegde functies waar ik het nu niet over ga hebben. De leeservaring is bijna zo goed als die van de ereader. Het meest opvallende nadeel is het spiegelende scherm van de iPad waardoor je altijd even moet zoeken naar de juiste leeshoek. Synchronisatie verloopt via de Kindle Cloud met Whispersync. Dus op een ander device pak je het lezen gewoon weer op bij waar je gebleven bent. In principe werkt dat ook zo met de Bibliotheek app. Die laatste app biedt op dit moment nog wat minder mogelijkheden dan de Kindle app. Maar geleende ebooks op de Bibliotheek app kunnen ook offline gelezen worden en het lezen zelf gaat behoorlijk plezierig. Een paar dingetjes mis ik nog wel bij de Bieb app. Bijvoorbeeld de instelbare bladspiegel. De standaard marge vind ik te klein waardoor zinnen te lang worden. Verder zou ik heel graag toegang kunnen hebben tot de gehele beschikbare collectie via de app.

Conclusie: streaming lezen op een iPad Mini Retina is plezierig. Het is bijna zo plezierig als lezen op een ereader en het heeft mijn mening over streaming lezen drastisch positief bijgesteld. Ik kan me voorstellen dat met de komst van deze hoogwaardige tablet de ontwikkeling van e-inkt ereaders wel tot een einde gaat komen. Of ik definitief over ga naar het tablet lezen betwijfel ik, de Kindles zijn me daarvoor nog te dierbaar. Maar wie weet ga ik toch om.

Positief:
- Haarscherp helder beeld zonder zichtbare pixels. Supersnelle performance. Handzaam en licht. Gewoon een mooi ding. Verder alle voordelen van IOS 7.

Minder:
- Batterijduur maximaal 10 uur. Dat is wel even anders dan de 4 tot 8 weken van m'n Kindle Keyboard en Paperwhite. Scherm spiegelt nogal. Hoge aanschafprijs van minimaal € 389,-. Een Kindle of andere goede ereader koop je voor een bedrag tussen de € 75 en € 150. Maar met de Mini Retina kun je natuurlijk heel veel andere leuke dingen doen waar ik het in dit berichtje niet over ga hebben. Verder kan ik eigenlijk geen minpunten bedenken.

Foto: Jan Klerk

maandag, november 25, 2013

Diederik van Leeuwen over de Kracht van Verbinden #cultuurinbeeld


Diederik start z'n betoog in een lekker vol zaaltje. Het publiek in de zaal is deels uit bibliotheken, beleidsmakers, een enkele kunstenaar en een wetenschapper. Diederik vertelt z'n verhaal met drie verschillende petten op. Ten eerste waar gaat cultureel ondernemerschap nou precies over? Kan gaan over kunst produceren, een sluitende begroting realiseren etc. De kunstzinnige waarde is dan even belangrijk als het streven naar winstmaximalisatie. Nu niet zo eenvoudig om geld uit de markt op te halen. Cultureel ondernemerschap vindt vanwege terugtrekkende overheid steeds meer plaats in het gat tussen markt en civil society. Vervolgens over de collectiviteit van bibliotheken. Over het gemeenschappelijk merkbeeld. Met elkaar zijn bibliotheken de grootste culturele instelling van Europa. Over de 500 miljoen budget (uit gemeentelijke budgetten) van de gezamenlijke bibiotheken en de 20 miljoen innovatiebudget van het rijk. Daarvan is 6 miljoen nu bedoeld voor gezamenlijk inkoop van content etc. Over de uitdagingen: bezuinigingen, ontlezing en digitalisering. Over SoLoMo. Social, Local, Mobile. Bibliotheken kunnen hier een usp uit halen omdat ze die drie aspecten binnen de bibliotheek kunnen verenigen. Over de aanleg van de digitale infrastructuur van BNL en de verschillende onderdelen daarvan. Over de kracht van collectief ontwikkelde functionaliteit zoals de Vakantiebieb. Vervolgens over het Centrum voor Beeldende Kunst in Assen. Slechts 4000 werken. Gaat steeds meer een adviesfunctie voor kunst in de openbare ruimte vervullen richting gemeente fungeren. CBK is gevestigd in De Nieuwe Kolk, het kunsthuis in Assen. Kunstuitleen gaat waarschijnlijk afgestoten worden. Samenwerking en herpositionering is nodig omdat de gemeentelijke subsidie sterk teruggedraaid is. Uitdagingen: besparen aan de achterkant, meer samenwerken, positionering, gemeente versus provincie. Verder over het project Infoversum. Een hypermodern theater met 3D-projectiefaciliteiten dat met veel cultureel ondernemerschap en professioneel bedrijfsmatig met veel aandacht voor marketing en pr van de grond is getild. Ook in dit laatste verhaal is verbinding de sleutelfactor. Zie dus ook m'n verhaal over Cobra.
Tot slot nog een verhaal over de Globe4D en de eLibrary die je fysiek kunt aanraken in de stand van Bibliotheek.nl. Dit om te laten zien hoe je verbinding tussen digitaal en fysiek kunt maken. Leuk verhaal precies binnen 30 minuten geklokt.

Cobra Global met Cobra Museum #cultuurinbeeld

Verder met een verhaal van het Cobra Museum. Dat start natuurlijk met een uitleg van wat Cobra precies is en wat deze beweging heeft betekend voor de kunst. Uiteindelijk het Cobramuseum in Amstelveen dat nu 17 jaar bestaat en zo'n 60.000 bezoekers trekt en zo'n 60% eigen inkomsten heeft. Over de programmalijnen van het museum en de blockbuster tentoonstellingen. Het museum zoekt nadrukkelijk internationale samenwerking. Dit o.a. vanwege het feit dat het museum noch een rijks- noch een gemeentemuseum is. Sponsoring is bijzonder belangrijk. En nieuwe sponsoringbronnen zijn nog belangrijker. Cobramuseum wil het nationaal Cobra-erfgoed nadrukkelijker internationaal presenteren d.m.v. tentoonstellingen in internationale musea zoals het Sabancini Museum in Istanbul. Dat betekent dat je Cobra moet kunnen uitleggen in Turkije: "Cobra is een innovatieve internationale avant-garde beweging". Dan is de kunst van storytelling heel belangrijk. Hoe doe je dat en waar begin je? Begonnen met een plug-and-play Cobra tentoonstelling die je gemakkelijk en snel kunt inrichten.  Hoe vertel je dit verhaal in de Golf-regio, in Azië en Zuid Amerika? Inleven in de cultuur van het andere land en museum. Hoe zit het met de wederzijdse historische tijdlijnen? Wat zijn hun kernwaarden? Hoe kijkt men daar tegen kunst aan? Plug-and-play blijkt dan niet te werken. Het verhaal moet steeds opnieuw en op een andere manier verteld worden.
Hoe doe je dat bijv. in Saoedi Arabië. Vooronderzoek op internet is belangrijk. Waar liggen de kansen voor tentoonstellingen? Daar waar een traditie voor moderne kunst aanwezig is. Cobra is aanwezig bij Art Dubai dit jaar. Daar zijn 35 verschillende afspraken voor gemaakt met musea, bedrijven, diplomaten, art patrons en ruling families. Dankzij ondersteunend advies door de ambassade. Met de ambassadeur kun je overal binnenkomen! Verder creativiteit heel belangrijk. Het museum is heel inventief in het op verschillende manieren vertellen van het Cobra verhaal. De sleutel is verbinding: met lokale kunstgemeenschap, met de mensen met de instellingen en instituten. Tot slot nog een verhaal over het King Abdulaziz Centre for World Culture in Dhahran. Een verbijsterend duur en ambitieus gebouw dat met veel oliegeld is gebouw om iets van de olierijkdom in de vorm van kunst, kennis en cultuur terug te geven aan de samenleving. Cobra mag daar een programma rond kunsteducatie gaan doen. Interessant en overtuigend verhaal!

Conferentie Cultuur in Beeld 2013: Het Onderbroekgevoel #cultuurinbeeld


Vandaag zijn we in Le Fabrique, een verzameling zalen in een oude fabriek bij Utrecht bij de conferentie Cultuur in Beeld. Ik ben dol op dit soort locaties, vervallen resten van industriële inspanning inspireren mij wel. De conferentie Cultuur in Beeld is georganiseerd door OCW. Er zijn hier zo enorm veel bezoekers dat er voor gekozen is om een decentrale opening te organiseren in verschillende zalen. De opening gaat over de tegenstelling 'autonome kunst' versus 'instrumentaliteit van cultuur'. Die is eigenlijk zo abstract dat er een tamelijk verwarrende discussie uit ontstaat. Dus daar laat ik het maar even bij. We gaan door in 'De Pletterij' met een plezierig onderwerp om mee te beginnen: 'ontwikkelingen in kunst en cultuur'. En wat betreft de randvoorwaarden voor een blogger: Le Fabrique is een hele coole locatie maar de wifi-ontvangst is hier bijna 0 en er zijn vrijwel geen stopcontacten. Wanneer wordt er eens iets geleerd op dat onderdeel!
De nieuwe cultuurnota, Cultuur in Beeld, staat centraal, die heb ik nog niet gelezen waarmee ik een minderheid ben in de zaal. Het woord is aan Marianne Hammersma.

Hammersma spreekt uit dat het enorm belangrijk is dat de nota in gezamenlijkheid met de cultuursector en het publiek tot stand moet komen. Samenwerking is het toverwoord. Het ministerie heeft een gegevensbank waarin data van alle culturele instellingen in de gesubsidiëerde hoek worden opgeslagen.
Volgens Hammersma behoort Nederland nog steeds tot de kopgroep op het gebied van cultuurparticipatie. Nederlanders lezen ook nog steeds heel veel in relatie tot andere landen. Het waarom van de nota: meer evidenced based cultuurbeleid doen. Een paar gegevens uit de nieuwe nota: Het gaat goed met bioscoopbezoek, popmuziek, theaters en musea. Daar is een stijgende lijn te zien. Bij klassieke muziek, opera en ballet is er echter een dalende tendens te zien. Ongeveer 40% van de Nederlanders doet aan actieve kunstbeoefening. Daar is een licht dalende trend te zien. Nederlanders geven met elkaar 12 miljard euro uit aan kunst en cultuur. De bijdrage aan het BBP is aan het dalen. Met name in de architectuur heeft men het zwaar. Wat verder opvalt is de stijging van de toegangsprijzen én bezoekers aan voorstellingen van vrije theaterproducties. Ook opvallend is de stijging van de bezoekers aan de rijksmusea. 8% per jaar vanaf 2008. Ook bij de popmuziek stijgen de prijzen maar dalen de bezoekers iets.

In het afgelopen jaar is het aantal gesubsidieerde cultuurinstellingen gedaald van 172 naar 84. Het aantal fondsen is ook gedaald van 151 naar 121. Ook het aantal door gemeenten gesubsidieerde instellingen is dalend. Maar iets lager dan bij het rijk. Daar is wel sprake van een grote dynamiek. Instellingen verdwijnen en er zijn ook veel nieuwkomers. Verder is de nota zelf ook dikker geworden in de laatste jaren. Dit als gevolg van verbreding van de invalshoek en de grotere beschikbaarheid van feiten en cijfers. We gaan door met een paneldiscussie om over de nota te discussiëren. Eén van de panelleden constateert dat er veel meer samenhang is ontstaan in de sector en daarmee professionalisering. En het op orde hebben van je begroting en je gegevens is een uiting van die professionalisering. Hoofd Cultuur van Amsterdam vertelt dat het ondanks de crisis en vergeleken met andere landen toch wel erg goed gaat met de (gesubsidieerde) cultuursector. Ook het maatschappelijk draagvlak voor kunst en cultuur is heel groot in Nederland. Volgens een spreker in de zaal gaat het helemaal niet zo goed in Nederland als je kijkt naar de relatief geringe bijdrage van andere organisaties en bedrijven die geld stoppen in kunst en cultuur. Een andere spreker in de zaal meldt dat de Boekmanstichting binnenkort met een andere feiten-&cijfernota, 'de cultuurindex', gaat komen. Marian Hammersma is daar positief over en merkt hierbij op dat ze gaat kijken in hoeverre de gegevens uit deze nota ook bruikbaar kunnen zijn voor Cultuur in Beeld.
Niemand onder de panelleden lijkt bereid te zijn om in de nabijheid van Hammersma iets onaardigs te zeggen. Dus het is een erg positief en beleefd ingestoken discussie.

Op de een of andere manier bekruipt me een gevoel dat in deze sessie slecht nieuws als goed nieuws wordt verkocht. Maar dat kan ook slechts mijn 'onderbroekgevoel' zijn (heerlijke Freudiaanse verspreking van Hammersma).